Het coronavirus : steunmaatregelen en praktische tips voor werkgevers en belastingplichtigen

Vakartikels

Het coronavirus treft vele ondernemingen. Wat kan en moet u als werkgever precies doen? Welke steunmaatregelen reikt de overheid aan? Hier vindt u alvast antwoorden op een aantal vragen.

Maatregelen m.b.t. personeel

Verplichting om als werkgever de nodige maatregelen te nemen

Vooreerst moet u als werkgever er steeds voor zorgen dat arbeid verricht wordt in behoorlijke omstandigheden op het vlak van de veiligheid en gezondheid van uw werknemers. Daarnaast verplicht de Welzijnswet u om de nodige maatregelen te nemen voor het welzijn van uw werknemers (bescherming van de gezondheid van de werknemer op het werk, arbeidshygiëne, enzovoort). Hygiënische maatregelen kunnen bijvoorbeeld zijn: uw werknemers verplichten hun handen te wassen en te ontsmetten, het regelmatig ontsmetten van bureaus, toetsenborden, telefoons en ander werk- of kantoormateriaal.

De FOD werk (www.werk.belgie.be) publiceerde intussen een checklist preventie COVID 19

Onderstaande controlelijst is een lijst voor zelfcontrole gebaseerd op de richtlijnen van de Wereld Gezondheidsorganisatie, de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad en de principes van de Welzijnswet en de Codex welzijn op het werk. Het kaderen van individuele punten moet aan de hand van deze richtlijnen gebeuren.

Administratief onderzoek

Informatie en vorming

  • Worden externen onthaald en collega’s verwelkomd zoals het hoort (geen hand, automatisch afstand houden)?
  • Beschikt men over advies van de externe preventiedienst?
  • Heeft men hiervoor een opleiding aan de werknemers gegeven?
  • Is men op de hoogte van de wijze van overdracht (druppeltjes via hoesten, niezen, maar ook via oppervlakten)?
  • Heeft men een schoonmaakprogramma met prioritaire aandacht voor oppervlakten, klinken, knoppen, telefoons, printers (alles wat aangeraakt wordt)?
  • Heeft men voorzien om de werkplaats te ontsmetten wanneer een werknemer de werkplek wegens ziekte verlaat?

Werken met derden

  • Worden derden ingelicht van deze maatregelen?

Controle werknemers

  • Worden werknemers met een milde hoest naar huis verwezen?
  • Worden werknemers met beperkte verhoogde lichaamstemperatuur (reeds >= 37,3 °C) naar de huisarts verwezen (na telefonische aankondiging)?
  • Wordt dit ook in posters opgenomen?
  • Wordt maximaal in telewerk voorzien?

Onderzoek op de werkplaats

1. Sociale voorzieningen

  • Zijn er mogelijkheden om de handen te wassen?
  • Is er papier voorzien?
  • Hangen er instructies uit hoe de handen correct gewassen moeten worden?
  • Hangen de richtlijnen van de Vlaamse Overheid uit i.v.m. sociale distantiëring en hygiëne?
  • Zijn er maatregelen genomen in de refter om op afstand van elkaar te eten (1,5m à 2m tussenin, niet recht over elkaar)?

2. Werkplaats

  • Kan men op voldoende afstand van elkaar werken (> 1,5m)?
  • Zijn de lokalen voldoende verlucht?
  • Zijn er maatregelen genomen om besmetting via materialen te voorkomen (reiniging van werkstukken en arbeidsmiddelen die door meerdere werknemers gebruikt worden)?

3. Liften

  • Worden liften uit dienst genomen of is er een affichering dat ze zo weinig mogelijk gebruikt mogen worden (reden: in een lift kan social distancing niet toegepast worden)?

4. Vergaderzalen

  • Worden niet-essentiële vergaderingen geannuleerd?
  • Worden de essentiële vergaderingen beperkt in tijd?
  • Wordt het aantal deelnemers beperkt?
  • Na vergaderen de ruimte reinigen en verluchten?

5. Voertuigen

  • Worden voertuigen bij wissel van chauffeur gereinigd en ontsmet?
     

Welke (steun)maatregelen heeft de regering genomen waarop de werkgever kan terugvallen?

Tijdelijke werkloosheid werknemers

Er werd door de Ministerraad op 20 maart 2020 beslist dat alle tijdelijke werkloosheid ingevolge het coronavirus kan beschouwd worden als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. 

De werknemers kunnen genieten van een verhoogde RVA-uitkering tot 30 juni 2020. De werknemer ontvangt bovenop de werkloosheidsuitkering een supplement van € 5,63 per dag, ten laste van de RVA.

Wie komt in aanmerking: 

Werknemers

Deze maatregel kan worden ingevoerd voor:

  • zowel arbeiders als bedienden (in de privé- en de openbare sector);
  • uitzendkrachten tijdens de duur van hun uitzendarbeidsovereenkomst;
  • leerlingen die een alternerende opleiding volgen.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht is niet van toepassing op statutaire werknemers in de openbare sector en studenten.

Werkgevers

Alle werkgevers die hun werknemers tijdelijk niet kunnen tewerkstellen ten gevolge van het coronavirus komen voor deze maatregel in aanmerking.


Omvang steun: 

Wanneer de overmacht 'Coronavirus' is wordt de RVA-uitkering verhoogd tot 70% van het begrensd gemiddeld loon (€ 2.754,76 per maand). Op deze uitkering wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Deze verhoging is van toepassing tot 30 juni 2020.

De wegens overmacht tijdelijk werkloos gestelde werknemers zijn vrijgesteld van wachttijd. Dit betekent dat ze onmiddellijk recht hebben op uitkeringen en geen bewijs van het aantal arbeids- of gelijkgestelde dagen moeten leveren.

De werknemer die tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht (reden “coronavirus”) ontvangt bovenop de werkloosheidsuitkering een supplement van € 5,63 per dag, ten laste van de RVA. Ook op dit supplement wordt een bedrijfsvoorheffing van 26,75% ingehouden.

Als werkgever kan je beslissen om bovenop de werkloosheidsuitkering een aanvullende vergoeding toe te kennen.  

Heel wat sectoren voorzien wel in de toekenning van een verplichte aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid, ook voor overmacht. 
Geldt er een sectorale cao die je als werkgever verplicht een aanvullende vergoeding tijdelijke werkloosheid te betalen, dan dien je minimaal deze vergoeding toe te kennen.

Bestaat er geen sectorale verplichting, dan kunnen werkgevers die dit wensen een aanvulling betalen (zowel voor arbeiders als voor bedienden) bovenop de werkloosheidsuitkeringen en de aanvulling door de RVA om het loonverlies op te vangen. Op deze aanvulling dienen geen sociale zekerheidsbedragen betaald te worden, maar ze is wel onderworpen aan dezelfde bedrijfsvoorheffing als de werkloosheidsuitkering.

Wie tijdelijk werkloos is, kan die werkloosheidsuitkering in bepaalde gevallen combineren met vrijwilligerswerk of een bijberoep.
 

Vereenvoudigde formaliteiten voor de werkgever

  • De werkgever moet voor de duur van de beperkende maatregelen (voorlopig tot en met 19 april 2020) geen mededelingen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht meer versturen naar het bevoegde werkloosheidsbureau van de RVA.
    Deze periode kan worden verlengd tot 30 juni 2020, indien de sanitaire maatregelen door de regering worden verlengd of versterkt.
  • Indien de werkgever voor de periode vanaf 13 maart 2020 in de ASR scenario 5 (elektronische aangifte sociaal risico waarin de werkgever het aantal dagen vermeldt waarop de werknemer tijdelijk werkloos is gesteld) de tijdelijke werkloosheid aangeeft als “overmacht” (door het vermelden van de code ‘aard van de dag’ 5.4 en met als reden “coronavirus”), geldt dit als de vereiste mededeling. 

Deze werkwijze geldt ongeacht of de werkgever voor de periode vanaf 13 maart 2020 al een mededeling tijdelijke werkloosheid wegens overmacht had verstuurd en geldt ook indien hij een mededeling tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken had verstuurd.

De werkgever die aanvankelijk een mededeling tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken had verstuurd, kan op die manier zonder verdere formaliteiten overstappen naar de regeling van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht (reden “coronavirus”), ook indien er nog door bepaalde werknemers of op bepaalde dagen kan gewerkt worden.

  • Indien de werkgever in de ASR scenario 5 als reden van tijdelijke werkloosheid  “economische oorzaken” aangeeft (door het vermelden van de code ‘aard van de dag’ 5.1), dan blijven de bestaande procedures behouden (mededeling van de voorziene tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken, mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag, verplichte werkweek….).
  • De werkgever is verplicht om zo snel mogelijk een ASR scenario 5 af te leveren (aan de hand waarvan de RVA ook het bedrag van de uitkeringen van de tijdelijk werkloze kan vaststellen). De werkgever moet daarvoor niet wachten tot het einde van de maand, maar moet dit doen in de loop van de maand, van zodra alle gegevens tot het einde van de maand gekend zijn.
  • De werkgever moet van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 geen controlekaarten C3.2A afleveren aan de werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld, ongeacht de reden van tijdelijke werkloosheid.


Vereenvoudigde formaliteiten voor de werknemer

  • De werknemer kan voor de indiening van zijn uitkeringsaanvraag bij zijn uitbetalingsinstelling gebruik maken van een vereenvoudigd formulier (formulier C3.2- werknemer- corona). Elke uitbetalingsinstelling beschikt over dergelijk formulier.
  • De werknemer die tijdelijk werkloos wegens overmacht wordt gesteld, wordt zonder toelaatbaarheidsvoorwaarden toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen. Dit geldt, voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020, ook voor de werknemer die tijdelijk werkloos is wegens economische oorzaken.
  • De werknemer ontvangt van 1 februari 2020 tot 30 juni 2020 een uitkering gelijk aan 70% van zijn gemiddeld loon (loon geplafonneerd op € 2.754,76 per maand). De werknemer die tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht (reden “coronavirus”) ontvangt bovenop de werkloosheidsuitkering een supplement van € 5,63 per dag, ten laste van de RVA.

Bron : RVA – www.rva.be

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht kan ook worden aangevraagd voor werknemers van toeleveranciers van door een opgelegde sluiting getroffen bedrijven, voor zover deze daardoor helemaal niet meer tewerkgesteld kunnen worden. Deze tijdelijke werkloosheid kan voorlopig ook worden aanvaard tot en met 5/04/2020, voor zover de volledige onmogelijkheid tot tewerkstelling door de werkgever is aangetoond (behalve indien deze toeleveranciers ook door een opgelegde sluiting getroffen worden).

Corona en tijdelijke werkloosheid: RVA hanteert forfait van 1.450 euro bruto per maand.

Forfaitaire uitkering

Werknemers die door de recente corona-maatregelen in tijdelijke werkloosheid terecht komen, kunnen onmiddellijk rekenen op een werkloosheidsforfait van 1.450 EUR bruto per maand.   
 
Minister van werk Nathalie Muylle maakte deze beslissing bekend. 
 
We veronderstellen dat dit forfait betaald wordt bij tijdelijke werkloosheid omwille van corona vanuit een voltijdse tewerkstelling. 
 
Nieuwe dossiers

RVA zal deze forfaitaire werkloosheidsuitkering in eerste instantie betalen aan werknemers voor wie een nieuw dossier tijdelijke werkloosheid omwille van corona moet opgestart worden.   
Later zal een saldo volgen.  
Een nieuw dossier vraagt immers tijd om volledig in orde te geraken.
 
Deze oplossing is zeer adequaat om te vermijden dat de uitkeringen in nieuwe dossiers op het eind van deze maand niet kunnen betaald worden . 
 
De overheid wil zo de koopkracht van de getroffen werknemers zo veel mogelijk vrijwaren in deze periode van overmacht. Het is immers cruciaal dat wie tijdelijk zijn loon verliest toch zijn facturen voor gas, elektriciteit en dagelijkse kosten kan blijven betalen.
 

Stimuleren van thuiswerk/telewerk

In het kader van de overheidsmaatregelen van dinsdag 17 maart 2020, zijn ondernemingen nu verplicht telewerk te organiseren voor elke functie waar dit mogelijk is, zonder uitzondering.

  • Deze maatregel is duidelijk: werknemers verplichten thuis te werken in deze uitzonderlijke omstandigheden.
  • Bedrijven die dit niet kunnen organiseren zullen de ‘social distancing’ strikt dienen te respecteren.
  • Kan de onderneming niet aan deze verplichting voldoen, dan zal het bedrijf moeten gesloten worden.
  • Deze maatregel is niet van toepassing op cruciale sectoren en essentiële diensten.

De werkgever kan voor het telewerk IT materiaal en internet ter beschikking stellen van de werknemers. De werkgever kan ook vragen dat werknemers eigen IT materiaal en internet gebruiken en kan eventueel tussenkomen in de kosten die medewerkers zelf dragen (*)
Het is ook belangrijk uw verzekeraar arbeidsongevallen op de hoogte te brengen dat meer mensen thuiswerk of telewerk verrichten.

Het verdient aanbeveling als werkgever reeds in te spelen op mogelijke herhaling van dergelijke situaties in de toekomst en de mogelijkheid tot (occasioneel) telewerk vast te leggen in bv. het arbeidsreglement (uitvoeringsmodaliteiten, te gebruiken apparatuur, software, onkostenvergoedingen,…). Onze diensten kunnen u hierbij verder op weg helpen.


(*)Thuiswerk brengt voor de werknemers enkele bijkomende kosten mee die meestal privé gedragen worden. Denk aan extra verwarming van de woning overdag, een hoger elektriciteitsverbruik, het gebruik van een privé gefinancierde internetverbinding. Hoewel dat allemaal kosten zijn die in een context van samenhorigheid marginaal zijn, zijn ze in principe wel eigen aan de werkgever.

Dat houdt een fiscale opportuniteit in. Als deze kosten door de werkgever vergoed worden, gaat het om een belastingvrije vergoeding (aftrekbaar voor de werkgever, niet belast als loon bij de werknemer). Er moet in dat geval wel een dubbel bewijs geleverd worden: dat de kosten eigen zijn aan de werkgever én dat de vergoeding daar ook daadwerkelijk aan besteed werd. Wat de sociale zekerheid betreft gelden gelijkaardige principes.

Het aantonen van de grootte van deze kosten zal niet altijd eenvoudig zijn. Daarom kan de terugbetaling ook op een forfaitaire basis gebeuren, voor zover deze terugbetaling voldoet aan ernstige normen.
Specifiek voor de vergoeding van bovengenoemde kosten, stelt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) een maximumbedrag voorop dat vandaag 126,94 euro per maand bedraagt. Ook in voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (rulings) wordt het maximumbedrag van de RSZ vaak als maximumbedrag gehandhaafd.

Daarbovenop kunnen ook de kosten voor het professionele gebruik van de internetverbinding vergoed worden, voor zover die al niet gedragen worden door de werkgever. Deze vergoeding mag maximaal 20 euro per maand bedragen.

Er kan nu in het kader van coronacrisis via een versnelde procedure een ruling voor thuiswerkvergoedingen aangevraagd worden. Het gaat om een bedrag van 126,94 euro per maand.
U vindt een ontwerpaanvraag van de rulingcommissie op volgende website: https://www.ruling.be/nl/nieuws/aanvraag-thuiswerk-covid-19.

Bijkomende maatregelen op komst…..

Coronapremie?

Federaal minister van Financiën Alexander De Croo denkt na om bedrijven de kans te bieden om hun werknemers een niet-belastbare ‘coronapremie’ van maximaal 1.000 euro uit te betalen. Het bedrag zou vrijgesteld worden van sociale en fiscale bijdragen. Dit zou werknemers aanmoedigen die door de coronacrisis in moeilijke omstandigheden moeten werken. Deze piste ligt nu op tafel bij de werkgroepen.

Nog een batterij van maatregelen op komst…

Er circuleren nog heel wat andere voorstellen om meer mensen aan het werk te krijgen en te verzekeren dat bedrijven kunnen blijven draaien. Het gaat onder andere over:

  • Goedkope bijkomende overuren (zouden onder de noemer ‘voorgekomen of dreigend ongeval’ geplaatst worden)
  • Versoepeling glijdende werktijden en uurroosters
  • Toelaten van korte opeenvolgende contracten
  • Uitbreiden gelegenheidswerk: onder andere uitbreiden van flexi-jobs en meer uitzendarbeid mogelijk maken
  • Opzetten van een platform voor studenten waardoor ze gemakkelijk in andere sectoren dan de horeca aan de slag kunnen (de uren die studenten in coronatijden presteren zouden buiten hun maximumpakket vallen)
  • ……..

Bijkomende info volgt; wij volgen dit op de voet.

Andere mogelijke vragen

Uw werknemer keert terug uit een getroffen regio of wordt in quarantaine geplaatst

Een werknemer met vakantie of na de beëindiging van een opdracht om professionele redenen in het buitenland en die daar “vastzit”  als gevolg van een annulering van zijn terugvlucht, kan het bestaan van overmacht inroepen waardoor de werkhervatting verhinderd wordt. Hetzelfde geldt wanneer de werknemer in quarantaine wordt geplaatst.

De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht wordt geregeld door artikel 26 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Onder overmacht wordt verstaan, een plotse, onvoorzienbare gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van partijen, die de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk en volledig onmogelijk maakt.

Wat moet de werknemer doen? 
Zo snel mogelijk zijn werkgever verwittigen. Indien de werknemer zijn werkgever niet verwittigt, terwijl hij toch de mogelijkheid heeft om dit te doen, zou de werkgever dit kunnen beschouwen als een ongewettigde afwezigheid.

Wat is de aard van zijn afwezigheid?
De uitvoering van de overeenkomst is geschorst omwille van overmacht en de werknemer is dus niet ongewettigd afwezig. De afwezigheid van prestaties heeft evenwel de afwezigheid van loon tot gevolg. Onder bepaalde voorwaarden kan de werknemer echter uitkeringen genieten die door RVA uitbetaald worden wegens tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht.

In voorkomend geval kan de werknemer verkiezen om, mits akkoord van zijn werkgever, deze dagen om te zetten in verlofdagen (onmogelijk in geval van een regime van collectieve vakantie in de onderneming) en zo het recht op zijn loon weer verkrijgen. 
 

Uw werknemer is ziek

In dit geval is de onmogelijkheid om te werken te wijten aan arbeidsongeschiktheid van de werknemer en zijn de gewone regels van toepassing. De werkgever zal dus gedurende een bepaalde periode gewaarborgd loon moeten betalen aan de werknemer.

Ziekte en tijdelijke werkloosheid, wat nu? Als uw werknemer (om welke reden dan ook) tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid (alle tijdelijke werkloosheid te wijten aan het coronavirus, kan nu beschouwd worden als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht) niet kan werken, bent u geen gewaarborgd loon verschuldigd voor de dagen werkloosheid. Deze regel, die alleen wettelijk is vastgelegd voor de arbeiders, kan ook van toepassing zijn op de bedienden. De werknemer zal een uitkering krijgen van zijn ziekenfonds.

Hetzelfde principe geldt als uw werknemer al voor de aanvang van de periode van tijdelijke werkloosheid arbeidsongeschikt was. U bent alleen een gewaarborgd loon verschuldigd voor de dagen van arbeidsongeschiktheid die voorafgaan aan de periode van tijdelijke werkloosheid. Voor de dagen van arbeidsongeschiktheid die samenvallen met de dagen van tijdelijke werkloosheid, kan uw werknemer aanspraak maken op een uitkering van zijn ziekenfonds.

Wat met ouders die voor hun kinderen willen zorgen?

De regering heeft besloten alle lessen op te schorten tot en met 3 april 2020. Crèches blijven wel open. Schoolgaande kinderen blijven best thuis en worden bij voorkeur niet door de grootouders opgevangen.
Ouders moeten dan een oplossing te zoeken . Vele ouders zullen thuis willen blijven om voor hun kinderen te zorgen.  Als werkgever treft u best onderling een regeling. De werknemer kan bijvoorbeeld eerst vakantie opnemen of inhaalrustdagen. Daarnaast eventueel onbetaald verlof opnemen. Uiteraard kan ook hier – waar mogelijk – thuiswerk verplicht worden.
Elke school voorziet in principe opvang voor kinderen van wie de ouders door de omstandigheden toch moeten blijven werken (cruciale sectoren zoals bv. gezondheidszorg,…..).

Maatregelen RSZ

Uitstel van verschuldigde betalingen aan de RSZ

Eén van deze maatregelen, die op 20 maart 2020 werd genomen, betreft het uitstel van betalingen aan de RSZ tot 15 december 2020. Deze maatregelen hebben betrekking op twee soorten uitstel van betaling:

Automatisch uitstel
De sectoren van de horeca, de recreatie, cultuur en sport en alle ondernemingen die getroffen worden door een verplichte sluiting overeenkomstig de bepalingen van ministeriële besluiten van 13 maart, 18 maart, 23 maart en 24 maart 2020, zullen dit uitstel automatisch verkrijgen. Men kan op basis van het ondernemingsnummer via de online applicatie nagaan of men momenteel in aanmerking komt voor het automatisch uitstel.

Uitstel na voorafgaande verklaring op eer voor ondernemingen die zelf beslist hebben om volledig te sluiten
Ondernemingen die niet door een verplichte sluiting, zoals vermeld in ministeriële besluiten van 13 maart, 18 maart, 23 maart en 24 maart 2020, beoogd zijn, maar die gesloten zijn omdat ze in de onmogelijkheid verkeren om de sanitaire maatregelen na te leven, zullen een uitstel van betaling kunnen bekomen op basis van een verklaring op eer.

  • De ondernemingen die niet verplicht gesloten zijn en die, om andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, zelf hebben beslist om volledig te sluiten. Omwille van de coronacrisis hebben sommige ondernemingen, die niet verplicht gesloten zijn en die gesloten zijn om andere redenen dan het niet kunnen naleven van de sanitaire maatregelen, hun productie en verkoop moeten stopzetten. Hierdoor zijn ook deze ondernemingen volledig gesloten. Een voorbeeld is de sluiting van toeleveranciers of de sluiting wegens het feit dat klanten gesloten zijn.Ook voor deze ondernemingen wordt voorzien dat zij, op basis van de verklaring op eer, van het uitstel tot 15 december kunnen genieten.

Het formulier “verklaring op eer” is momenteel beschikbaar op de portaalsite van de sociale zekerheid.

 

Uitstel na verklaring op eer voor ondernemingen die niet volledig gesloten zijn en hun economische activiteit zwaar verminderd zien

De werkgevers, die niet getroffen zijn door een verplichte sluiting, die niettemin hun economische activiteit sterk verminderd zien voor het tweede kwartaal 2020.
Zij dienen een verklaring op eer in te dienen met behulp van een elektronisch formulier, waarin ze verklaren dat de coronacrisis voor hun onderneming zal leiden tot:

  • een sterke daling van de omzet in het tweede kwartaal 2020, hetgeen zich voor dit kwartaal zal vertalen in een vermindering van het bedrag van aangegeven BTW met minstens 65 % ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 of het eerste kwartaal 2020; 
  • en/of    
  • een vermindering van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven loonmassa voor het tweede kwartaal 2020 met minstens 65 % ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 of het eerste kwartaal 2020

Het formulier “verklaring op eer” is momenteel beschikbaar op de portaalsite van de sociale zekerheid.


Voor welke aan de RSZ verschuldigde bedragen?
Het uitstel van betaling heeft betrekking op alle betalingen vanaf 20 maart 2020. Hieronder vallen dus:

  • de nog te betalen wijzigingen der bijdragen;
  • de maandelijkse schijven van de lopende minnelijke afbetalingsplannen;
  • het derde voorschot voor het 1e kwartaal; 
  • het saldo van het 1e kwartaal;
  • het debetbericht jaarlijkse vakantie; 
  • de voorschotten voor het 2e kwartaal; 
  • het saldo van het 2e kwartaal .

Opgelet: het uitstel van betaling geldt voor alle door de RSZ geïnde bijdragen (werkgeversbijdragen, werknemersbijdragen en bijzondere bijdragen, met inbegrip van de bijdragen Bestaanszekerheid) en loopt tot 15/12/2020.
Voor het goede begrip: de verplichting om de RSZ-aangifte binnen de gestelde termijnen in te dienen, blijft van kracht.

Bron: www.rsz.fgov.be

 

Mogelijkheid om bij de RSZ een minnelijk afbetalingsplan aan te vragen.

Met het minnelijke afbetalingsplan van de RSZ kan u maandelijkse afbetalingen verrichten gedurende een periode van maximum 24 maanden. Als u de sociale zekerheidsbijdragen correct heeft betaald overeenkomstig het afbetalingsplan, dan kan de RSZ de onderneming  vrijstellen van bijdrageopslagen, forfaitaire vergoedingen en/of verwijlintresten.
In het kader van de huidige Coronacrisis: Werkgevers kunnen een minnelijk afbetalingsplan aanvragen voor hun werkgeversbijdragen van het 1ste en 2de kwartaal 2020, waardoor hun schuld kan afgelost worden via maandelijkse afbetalingen.
U kan een aanvraag voor een minnelijk afbetalingsplan indienen via de pagina ‘minnelijk afbetalingsplan’ van de RSZ. 
https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/paymentplan/index.htm

 

Fiscale maatregelen

Mogelijkheid om bij de fiscus een afbetalingsplan te vragen voor de volgende fiscale schulden: 

  • Bedrijfsvoorheffing;
  • Btw;
  • Personenbelasting;
  • Vennootschapsbelasting; 
  • Rechtspersonenbelasting. 

Er geldt een gegarandeerde vrijstelling van nalatigheidsinteresten en een kwijtschelding van boeten wegens niet-betaling. De beoogde schulden mogen niet voortkomen uit fraude en de aangepaste (zie hieronder) voorwaarden voor het indienen van de aangiften moeten nageleefd worden. 

Bij niet naleving van het afbetalingsplan (behalve indien de schuldenaar tijdig contact opnam met de administratie) of in het geval van een collectieve insolventieprocedure zullen de steunmaatregelen ingetrokken worden.

Bovenstaande steunmaatregelen gelden niet voor ondernemingen die onafhankelijk van het coronavirus structurele betaalmoeilijkheden kennen. 

De aanvraag dient uiterlijk 30 juni 2020 te gebeuren per schuld op het ogenblik van ontvangst van een betaalbericht of aanslagbiljet en dit bij het bevoegd Regionaal Invorderingscentrum (RIC).  

 

Bijkomende maatregelen met betrekking tot de indienings- en betalingstermijnen. 

Aangiftetermijnen

Vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting niet-inwoners vennootschappen 

Voor aangiften met een uiterste indieningstermijn van 16 maart 2020 tot en met 30 april 2020 geldt een uitstel in de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting niet-inwoners vennootschappen tot en met donderdag 30 april 2020 middernacht. 

BTW

Er geldt een uitstel voor het indienen van de periodieke btw-aangiften en intracommunautaire opgaven: 

  • Februari 2020 aangifte – 6 april 2020
  • Maart 2020 en 1ste kwartaal 2020 aangifte – 7 mei 2020

Alle indieners van btw-maandaangiften - ook zij die géén vergunning maandelijkse teruggave hebben en die evenmin als ‘starter’ beschouwd worden - zullen onder bepaalde voorwaarden een versnelde teruggave van het btw-krediet kunnen genieten op hun rekening-courant (met datum van uitwerking 31 maart 2020).  Voor hun aangifte van februari 2020 krijgen zij uitstel tot 3 april 2020 (in plaats van de 24ste van de maand volgend op de aangifteperiode).  Voorwaarde is wel dat de aangifte via Intervat worden ingediend en dat het vakje ‘Aanvraag terugbetaling’ aangekruist is.  Mocht de aangifte voor februari 2020 reeds ingediend zijn, dan kan de belastingplichtige tot en met 3 april 2020 via Intervat een verbeterende aangifte indienen om deze optie te wijzigen.  Alle andere basisvoorwaarden voor btw-teruggave blijven van toepassing.  Dankzij deze maatregel zal de terugbetaling uiterlijk op 30 april 2020 kunnen gebeuren, in plaats van eind mei of eind juni.  Deze indieningstermijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om de andere maandaangiften van februari 2020 (die geen krediet vertonen of waarvoor geen teruggave gevraagd wordt) tijdig in te dienen tot en met 6 april 2020 (zie hierboven).

De termijn met betrekking tot de jaarlijkse klantenlisting wordt verlengd tot 30 april 2020. Bij stopzetting van uw aan de btw onderworpen activiteit loopt de termijn tot het einde van de 4de maand volgend op de stopzetting. 

Betalingstermijnen

BTW en bedrijfsvoorheffing: automatisch uitstel tot betaling van 2 maanden zonder bijkomende boetes of interesten. De initiële steunmaatregelen zoals hierboven vermeld kunnen ook nog steeds aangevraagd worden.
Concreet betekent dit:

  • voor BTW: uitstel tot 20 mei 2020 voor de BTW van februari en tot 20 juni 2020 voor de BTW van maart of deze van het eerste kwartaal;
  • voor bedrijfsvoorheffing: uitstel tot 13 mei 2020 voor bedrijfsvoorheffing van februari en tot 15 juni 2020 voor de voorheffing van maart of deze van het eerste kwartaal. 

Verder wordt de betalingstermijn voor de bijzondere aangiften 629 (d.i. de bijzondere btw-aangifte om de btw verschuldigd op intracommunautaire verwervingen en op bepaalde ontvangen dienstprestaties te betalen) met betrekking tot het eerste kwartaal van 2020, verlengd tot 20 juni 2020 (oorspronkelijk 20 april 2020).

Naast dit automatisch uitstel van betaling, kunnen voor de betaling van de schulden inzake de bedrijfsvoorheffing en btw ook de hierboven beschreven steunmaatregelen worden aangevraagd. Via deze aanvraag kunnen bijkomende betaaltermijnen, een vrijstelling van nalatigheidsintresten en/of kwijtschelding van boeten wegens laattijdige betaling worden toegestaan.

Personenbelasting, vennootschapsbelasting, belasting van niet-inwoners en de rechtspersonenbelasting: Bovenop de normale betaaltermijn en zonder aanrekening van nalatigheidsintresten, zal automatisch een extra termijn van 2 maanden worden toegekend. Deze maatregel geldt voor de afrekening van deze belastingen, betreffende aanslagjaar 2019, gevestigd vanaf 12 maart 2020.

Voor de betaling van schulden inzake de personen- of vennootschapsbelasting, ook deze gevestigd vóór 12 maart 2020, gelden de hierboven vermelde steunmaatregelen (afbetalingsplan, vrijstelling van nalatigheidsinteresten en kwijtschelding van boeten) op aanvraag.

Andere maatregelen

Voorafbetalingen 

Het heeft wat tijd gevergd, maar uiteindelijk heeft de regering op 3 april 2020 beslist een ingreep te doen inzake de voorafbetalingen voor vennootschappen en zelfstandigen. Zelfstandigen en bedrijven die tijdig voorafbetalingen doen, kunnen in normale omstandigheden rekenen op een belastingvoordeel. Hoe sneller men voorafbetaalt, hoe hoger het voordeel.  Veel belastingplichtigen proberen dan ook een maximaal bedrag vooraf te betalen op de eerste vervaldag van 10 april. 

Voor belastingplichtigen die door de coronacrisis kampen met liquiditeitsproblemen, heeft de regering nu beslist om de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van de derde en de vierde vervaldag, op respectievelijk 10 oktober en 20 december, te verhogen. Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van hun voorafbetalingen minder nadelig.  De percentages van de vermeerderingen zelf (nl. 6,75% voor vennootschappen en 2,25% voor zelfstandigen) blijven ongewijzigd, net zoals de vervaldata van de voorafbetalingen.

Gezien de maatregel bedoeld is voor bedrijven met liquiditeitsproblemen, geldt deze dan ook niet voor vennootschappen die:

  • een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen; en/of
  • die dividenden betalen of toekennen tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020

Dit betekent dat vennootschappen die dit jaar (vanaf 12 maart) nog liquidatiereserves (die 5 jaar geboekt zijn) onder de vorm van dividenden wensen uit te keren of hun vastgeklikte en in het kapitaal ingebrachte oude reserves (zogenaamd ‘537 kapitaal’) via een kapitaalvermindering uit de vennootschap wensen te halen uitgesloten zullen zijn van deze maatregel. 
De verhoogde percentages gelden ook niet voor natuurlijke personen (bijv. werknemers) die hierdoor meer bonificatie wegens voorafbetalingen zouden kunnen krijgen.

In de tabel hieronder vindt u de aangepaste percentages voor de voorafbetalingen. Deze zijn, zoals gezegd, hoger in het derde en vierde kwartaal (tenzij er een dividenduitkering of kapitaalvermindering is):

   Personenbelasting 

 VenB
(geen dividenduitkering)

VenB
(wel dividenduitkering)
VA1  3 % 9 % 9 %
VA2 2,5 % 7,5 % 7,5 %
VA3 2,25 % (*)  6,75 % 6 %
VA4 1,75 % (**) 5,25 % 4,5 %

    
(*) In plaats van 2%
(**) In plaats van 1,5%

Bovendien bestaat de mogelijkheid om een terugbetaling van (niet-verrekende) voorafbetalingen aan te vragen of een overdracht naar het volgende aanslagjaar te bekomen. De dienst van de voorafbetalingen belooft al het mogelijke te doen om deze aanvragen zo vlug mogelijk uit te voeren.

Fiscale controles

De FOD Financiën heeft in zijn berichtgeving van 18 maart 2020 gemeld dat alle niet-essentiële en/of minder dringende controles ter plaatse worden uitgesteld.  Alleen de controles die noodzakelijk zijn om de financiële belangen van de Staat te beschermen, blijven doorgaan. Daaronder verstaat men controles die voor een bepaalde datum moeten gebeuren om verjaringen te vermijden.  Controles die op afstand kunnen worden uitgevoerd, dankzij de ondersteuning van fiscale toepassingen en op basis van dossiers, vinden nog steeds plaats.

Geen inkomstenbelasting op steunmaatregelen van de gemeenschappen en gewesten

Op 3 april jl. besliste de regering ook om de diverse steunmaatregelen van de gemeenschappen en gewesten ter ondersteuning van bedrijven en gezinnen vrij te stellen van inkomstenbelastingen.  Dit geldt onder meer voor de  (hinder)premies van de diverse gewesten voor handelszaken die moeten sluiten en de forfaitaire vergoeding voor water en verwarming die het Vlaams gewest voorziet voor mensen die tijdelijk werkloos zijn.

Tijdelijke fiscale maatregelen inzake giften van medisch materiaal

In een recente circulaire (Circulaire 2020/C/46 dd. 24 maart 2020 over het schenken van goederen aan bepaalde instellingen en giften in natura) licht de fiscale administratie enkele uitzonderlijke tijdelijke fiscale maatregelen toe betreffende schenkingen van medisch materiaal aan bepaalde instellingen.  De maatregelen betreffen zowel btw, als directe belastingen.Op 3 april jl. besliste de regering om de inhoud van de circulaire ook een wettelijke basis te geven.

  • Btw

Mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden en modaliteiten zal de rechtstreekse schenking van bepaalde medische hulpmiddelen (en hun hulpstukken) zoals bijv. beademingstoestellen en beschermingsmiddelen voor zorgverstrekkers en patiënten (met uitsluiting van geneesmiddelen) aan instellingen voor gezondheidszorg met het oog op het gebruik ervan in het kader van hun gewoonlijke activiteit, geen btw opeisbaar maken.  De gewone regels inzake onttrekking van goederen waarvan de btw in aftrek werd genomen spelen hier dus niet.  Als bewijs dat de belastingplichtige-schenker de betreffende goederen gratis heeft geschonken aan een kwalificerende instelling dient, in principe, per schenking die plaatsvindt een document te worden opgesteld waarin de zorginstelling bevestigt dat de betreffende goederen gratis werden verkregen en waarin zij zich er toe verbindt de verkregen goederen hetzij zelf te gebruiken in het kader van het verstrekken van zorg, hetzij gratis ter beschikking te stellen aan een andere zorginstelling. Het hiervoor bedoelde document moet opgemaakt worden in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart het zijne te hebben ontvangen en het moet door de betrokken partijen gedateerd en ondertekend worden.

  • Vennootschapsbelasting en belasting van niet-inwoners/vennootschappen

Indien de schenker onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of belasting van niet inwoners/vennootschappen, zullen de giften niet opgenomen worden als verworpen uitgave uit hoofde van verleende abnormale of goedgunstige voordelen.  De kosten die verband houden met de geschonken goederen zullen in principe als fiscaal aftrekbaar worden aanzien in de zin van artikel 49 WIB 92. Hetzelfde geldt wanneer men tijdelijk extra kosten maakt voor de productie en schenking van medische hulpgoederen, zoals bijv. de kosten verbonden met de tijdelijke productie door stokerijen van ontsmettingsalcohol. Deze fiscale behandeling zal slechts van toepassing zijn indien voldaan is aan alle voorwaarden inzake btw (zie hierboven).

  • Personenbelasting en belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen

Voor zelfstandigen zullen dezelfde maatregelen gelden als voor vennootschappen.

In afwijking van de gewone regels heeft de Minister van Financiën beslist om tijdelijk, giften in natura aan Belgische universitaire- en OCMW-ziekenhuizen in aanmerking te laten komen voor de belastingvermindering voor giften.  Het gaat dan over een belastingvermindering voor de giften in natura aan welbepaalde instellingen met een waarde van ten minste 40 euro (geïndexeerd bedrag). De belastingvermindering is gelijk aan 45 % van de waarde van de werkelijk gedane giften in natura.

De belastingvermindering geldt enkel voor giften door particulieren van medisch materiaal alsook van producten dienstig in de strijd tegen het Coronavirus en dat als zodanig door de ziekenhuizen wordt aangemerkt (bijv. mondmaskers, ontsmettende middelen, testsets voor het coronavirus, enz.).

Daarnaast blijft het ook mogelijk om via de reeds bestaande kanalen giften in geld te doen aan ziekenhuizen en zorginstellingen. Giften vanaf 40 euro (cumuleerbaar per kalenderjaar) geven recht op een belastingvermindering.

Verduidelijking van de vrijstellingsvoorwaarden voor waardeverminderingen op handelsvorderingen

In een recente circulaire (Circulaire 2020/C/45 dd. 23 maart 2020 over de gevolgen van de crisis door het virus Covid-19 voor de toepassing van de vrijstellingsvoorwaarden van de waardeverminderingen op handelsvorderingen) heeft de fiscale administratie bevestigd dat de coronacrisis een bijzondere omstandigheid is, die de vrijstelling rechtvaardigt van waardeverminderingen op handelsvorderingen op ondernemingen die een achterstand hebben bij de betaling van die vorderingen als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg van de maatregelen die door de federale regering werden genomen.  

Belastingplichtigen die zich op de vrijstelling wensen te beroepen zullen iedere schuldenaar met solvabiliteitsproblemen moeten identificeren en deze toelichten in de opgave 204.3 bij de fiscale aangifte.  De beoordeling van het verlies op een vordering zal per schuldenaar moeten gebeuren. Er mag evenwel enige soepelheid worden toegepast bij de beoordeling van de inningsmoeilijkheden bij de schuldenaars waarvan de omzet aanzienlijk is afgenomen door de beperkende maatregelen die werden opgelegd door de federale regering. 

Diverse maatregelen op het vlak van douane- en accijnsrechten

De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen heeft een hele reeks coronamaatregelen uitgevaardigd, gaande van betalingsfaciliteiten voor de accijnzen, de verpakkingsheffing en btw voor alcohol en al dan niet alcoholhoudende dranken, tot de toelating voor apothekers zonder status van erkend entrepothouder om ontsmettingsmiddelen te produceren.

Een volledig overzicht kan gevonden worden op de volgende website : https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/corona-informatie-en-maatregelen.

Tax shelter investeringen

Voor investeringen in bepaalde audiovisuele producties en podiumwerken via het tax shelter stelsel gaat de administratie akkoord met een verlenging van de wettelijke termijnen voor het verrichten van de uitgaven met 6 maanden.  Hiermee wenst de Cel Tax Shelter rekening te houden met het tijdelijk stilleggen van bepaalde producties. 

Voor de podiumkunsten wordt de huidige termijn voor het verrichten van uitgaven van 24 maanden verlengd met 6 maanden.  Voor de audiovisuele sector werd beslist om de huidige termijn van 18 maanden (24 maanden voor animatie) eveneens te verlengen met 6 maanden.

Om te kunnen genieten van de maatregel, is het noodzakelijk dat de producent aantoont dat hij rechtstreekse schade heeft ondervonden als gevolg van de door de overheid uitgevaardigde maatregelen in verband met de strijd tegen het coronavirus.

Impact thuiswerk op internationale fiscale behandeling

De algemene trend om zoveel mogelijk van thuis te werken kan ook een invloed hebben op de fiscale positie van werknemers die gewoonlijk in een ander land beroepsactief zijn.  Wie internationaal werkt, is vaak belastbaar in het land waar de beroepsactiviteiten fysiek worden uitgeoefend.  Als de betrokken werknemers evenwel in hun woonstaat (bijv. België) blijven om van thuis uit te werken, is het mogelijk dat hun bezoldigingen niet langer belastbaar zijn de werkstaat, waardoor hun netto inkomen zou kunnen dalen omwille van de hogere belastingdruk in België.  Tot op heden lijkt de Belgische fiscale administratie niet geneigd om in geval van salary split (waarbij een werknemer in meerdere landen actief en belastbaar is) het thuiswerk als overmacht te aanzien in het kader van de zogenaamde 183-dagenregel.  Eenzelfde houding zou voorlopig aangehouden worden voor wat betreft de zogenaamde ‘travel exclusion’ voor buitenlandse werknemers die in België het statuut van buitenlands kaderlid genieten onder de circulaire van 8 augustus 1983.

Wat betreft de grensarbeid met Frankrijk heeft België een aanvullend protocol bij het dubbelbelastingverdrag afgesloten op basis waarvan de aanwezigheid van Franse grensarbeiders in hun woonplaats in Frankrijk (om daar te telewerken) niet in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van de termijn van maximum 30 dagen per kalenderjaar gedurende dewelke Franse grensarbeiders de Belgische grensstreek mogen verlaten.   Een gelijkaardige regeling werd uitgewerkt voor grensarbeiders die in Luxemburg werken.  De regeling in onderling overleg van 16 maart 2015 inzake de toepassing van artikel 15 van het Belgisch-Luxemburgs belastingverdrag heeft een tolerantieregel ingevoerd waardoor grensarbeiders hun activiteit gedurende maximaal 24 dagen buiten hun gebruikelijke werkstaat mogen uitoefenen waarbij ze toch in die Staat belastbaar blijven. Ook hier wordt de aanwezigheid van een grensarbeider in zijn woonplaats (om daar te telewerken) niet in aanmerking genomen voor de berekening van de termijn van 24 dagen.  Beide afspraken gelden met ingang van 14 maart 2020 en dit tot nader order.

Maatregelen voor zelfstandigen

Uitstel betaling sociale bijdragen:

Men kan een betalingsuitstel van één jaar aanvragen voor de voorlopige sociale bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2020. Men kan dus de betalingen met een jaar uitstellen, zonder dat daarvoor verhogingen zullen aangerekend worden en zonder invloed op de uitkeringen.

Dat betekent dat de bijdrage van het eerste kwartaal 2020 moet betaald worden vóór 31 maart 2021 en de bijdrage van het tweede kwartaal 2020 vóór 30 juni 2021.

Deze aanvraag kan ingediend worden tot 15 juni 2020.
In de aanvraag moet steeds vermeld worden dat men een betalingsuitstel aanvraagt omwille van het Coronavirus. 

Men dient de aanvraag schriftelijk in te dienen via zijn sociaal verzekeringsfonds (https://www.rsvz.be/nl/socialeverzekeringsfondsen). Er is geen specifiek formulier voorzien voor de aanvraag. Heel wat sociale verzekeringsfondsen hebben intussen wel reeds een webformulier voorzien om de aanvraag online in te dienen.

De aanvraag moet steeds tenminste de volgende inlichtingen bevatten:

  • naam, voornaam en woonplaats van betrokkene;
  • naam en zetel van zijn bedrijf;
  • ondernemingsnummer.

Het betalingsuitstel kan worden verkregen zonder dat daarvoor verhogingen van 3% of 7% zullen worden aangerekend en zonder invloed op de uitkeringen, op voorwaarde dat de bijdragen op de vastgelegde termijnen werden betaald. De zelfstandige moet steeds de ondervonden financiële moeilijkheden door het Coronavirus bewijzen. 

Deze maatregel geldt bovendien voor de regularisatie van de sociale bijdragen (eindafrekeningen) waarvan de betalingstermijn werd vastgelegd op 31 maart 2020, 30 juni 2020 en 30 september 2020.
Dat betekent dat de bijdrage van het eerste kwartaal 2020 en de regularisatiebijdragen die vervallen op 31 maart 2020 moeten betaald worden vóór 31 maart 2021. De bijdrage van het tweede kwartaal 2020 en de regularisatiebijdragen die vervallen op 30 juni 2020 en op 30 september 2020 moeten betaald worden vóór 30 juni 2021.

Als de bijdrage niet volledig betaald is binnen de voorziene termijn, zijn er verhogingen op de betreffende kwartalen verschuldigd en zullen onrechtmatige genoten uitkeringen worden teruggevorderd. 

Let wel: om te kunnen genieten van de aftrek voor het vrij aanvullend pensioen van zelfstandigen, moet de zelfstandige op 31 december 2020 in orde zijn met de betaling van zijn sociale bijdragen. Wie dus een uitstel heeft verkregen van betaling van zijn sociale bijdragen, kan zijn VAPZ niet aftrekken. Als de zelfstandige zijn uitgestelde sociale bijdragen vóór 31/12/2020 betaalt, dan zullen de VAPZ-premies vanzelfsprekend wel aftrekbaar zijn. 

Kwijtschelding verhogingen

Zelfstandigen die hun voorlopige sociale bijdragen van het eerste kwartaal van 2020 niet tijdig voor 31 maart 2020 betalen, zullen omwille van de laattijdige betaling geen verhogingen moeten betalen. Hetzelfde geldt voor de laattijdige betaling van regularisatiebijdragen die op 31 maart 2020 moeten betaald zijn. Die verhogingen vallen automatisch weg. De zelfstandige moet dus geen aanvraag doen.

Vrijstelling van sociale bijdragen aanvragen:

U kan een aanvraag tot vrijstelling van bijdragen indienen bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ)  omdat u door het Coronavirus financiële problemen heeft (men kan deze aanvraag via het sociaal verzekeringsfonds laten verlopen).
U kan deze vrijstelling aanvragen voor het eerste en/of tweede kwartaal van 2020.
De aanvraag dient vóór 15 juni te gebeuren en in het aanvraagformulier moet men aanvinken dat men tot een sector in crisis behoort en dit toelichten. 

Verlagen van de voorlopige sociale bijdragen:

Zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten die hun sociale bijdragen niet kunnen betalen, kunnen vrijstelling van bijdragen vragen. De vrijstelling van bijdragen kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend.

Men kan een aanvraag tot vrijstelling van bijdragen indienen bij het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) omdat men door het Coronavirus financiële problemen heeft (men kan deze aanvraag ook via het sociaal verzekeringsfonds (https://www.rsvz.be/nl/socialeverzekeringsfondsen) laten verlopen dat daarvoor over een vereenvoudigd aanvraagformulier beschikt). 

Men kan deze vrijstelling aanvragen voor het eerste en/of tweede kwartaal van 2020. 

Een aanvraag voor toekomstige kwartalen is niet mogelijk. 
Bij positief advies bouwt men voor deze twee kwartalen geen pensioenrechten op (is voorlopig en kan bijgestuurd worden omwille van coronavirus).
Starters kunnen ook vrijstelling aanvragen. Men moet geen vier kwartalen actief zijn.

Een combinatie met het overbruggingsrecht is mogelijk.

Geen aanmaningen of dwangbevelen voor niet betaalde sociale bijdragen: 

De sociale verzekeringsfondsen zullen voorlopig geen aanmaningen meer versturen voor nog niet betaalde sociale bijdragen. Ook de aangekondigde dwangbevelen voor nog niet betaalde sociale bijdragen zullen tot nader order niet uitgevoerd worden.

Verlagen van de voorlopige sociale bijdragen:

De sociale bijdragen van zelfstandigen worden berekend op basis van het netto belastbaar inkomen van het jaar zelf. Het werkelijk netto belastbaar inkomen is maar definitief gekend na twee jaar. Daarom betaalt u eerst voorlopige bijdragen, met daarna een herziening.

Dreigt u in het jaar 2020 minder te verdienen door het Coronavirus, dan kan u de voorlopige bijdragen voor het jaar 2020 laten aanpassen. Deze aanvraag kan u best rechtstreeks richten aan het sociaal verzekeringsfonds waarbij u aangesloten bent. Zij bekijken dan met u de mogelijke wettelijke inkomensdrempels waarop de sociale bijdragen kunnen berekend worden.

Uitkering overbruggingsrecht:

In het kader van de Coronacrisis versoepelt men de toekenning van het overbruggingsrecht in het kader van overmacht:.
In volgende situaties kan je als zelfstandige in aanmerking komen voor het tijdelijk Corona-overbruggingsrecht:

  • de overheid heeft je verplicht om je activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist. Het gaat hier bijvoorbeeld om zelfstandigen die hun handelszaak (zoals restaurants, cafés en niet-voedingszaken) verplicht moeten sluiten . Ook restaurants die afhaalmaaltijden verzorgen vallen hier onder.
  • de overheid heeft je niet verplicht je activiteit gedeeltelijk of volledig te onderbreken maar je ziet je wel genoodzaakt om als gevolg van de Coronacrisis je activiteit te onderbreken gedurende een periode van ten minste 7 opeenvolgende kalenderdagen. Het gaat hier bijvoorbeeld om zelfstandigen die door quarantaine, een gebrek aan grondstoffen of om verschillende redenen van economische of organisatorische aard hun activiteit onderbreken. Ook zelfstandigen die een zorgberoep uitoefenen zoals kinesisten, tandartsen en specialisten vallen hieronder.

Als voorwaarden gelden dat je:

  • zelfstandige in hoofdberoep bent (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters); of een zelfstandige in bijberoep die voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep ;
  • als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd bent in België;
  • geen vervangingsinkomen geniet.

Bron: www.rsvz.be

Ook bedrijfsleiders bevinden zich in de mogelijkheid om het overbruggingsrecht aan te vragen. Zelfstandigen die onder de vorm van een vennootschap werken en hun onderneming volledig moeten sluiten omwille van de maatregelen in het kader van het corona-virus, zullen ook recht kunnen hebben op de financiële uitkering. Het feit dat de zelfstandige bedrijfsleider of bestuurder nog bezoldigingen ontvangt van de vennootschap, is geen beletsel om het overbruggingsrecht te genieten. De gewone regels van de derde pijler van het overbruggingsrecht zijn aldus van toepassing.

Het overbruggingsrecht kan gecombineerd worden met de Vlaamse Hinderpremie of de compensatiepremie

! Overbruggingsrecht in de bouwsector:

De bouwsector wordt erg zwaar getroffen door de beperkende maatregelen van de overheid in het kader van de coronacrisis, zodat geen enkel bouwbedrijf in deze tijden nog normaal kan werken. Daarom wordt deze sector voor de toekenning van het overbruggingsrecht beschouwd als een sector die gedeeltelijk verplicht moet sluiten. Dat betekent dat bouwbedrijven meteen recht hebben op een uitkering voor maart en april 2020.

Let op, voor vrije beroepen zoals architecten kan deze redenering niet zomaar doorgetrokken worden, omdat zij een groot deel van hun taken via telewerk kunnen uitvoeren. Daar geldt dus wel dat men minstens 7 dagen de activiteiten moet onderbreken om in aanmerking te komen voor het overbruggingsrecht.

Waar heeft men recht op?

Het overbruggingsrecht bestaat uit twee delen: een uitkering en een gelijkstelling.

Het Corona-overbruggingsrecht voorziet de betaling van het volledig maandbedrag voor maart en april.
Hoeveel dat precies is, hangt af van de gezinssituatie: 

  • zonder gezinslast: 1.291,69 euro per maand
  • met gezinslast: 1.614,10 euro per maand

Evenwel moet de notie 'gezinslast' nog steeds begrepen worden als gezinslast in de zin van de ziekteverzekering.  De zelfstandige die enkel fiscaal iemand ten laste heeft, komt dus niet in aanmerking voor de hogere financiële uitkering. 
Tip: Ben je niet zeker? Check dit bij je ziekenfonds!

De gelijkstelling houdt in dat men maximaal 4 kwartalen de rechten behoudt op medische verzorging, gezinsbijslag/groeipakket en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tijdens het overbruggingsrecht bouwt men geen pensioenrechten op.

De zelfstandige die ziek is (zie onderstaande) en dus arbeidsongeschikt en een ziekte-uitkering ontvangt, komt niet in aanmerking voor het overbruggingsrecht.

Aanvraagprocedure

Het recht wordt toegekend zelfs indien de zelfstandige al in het verleden genoten heeft van het maximum aantal maandelijkse uitkeringen in het overbruggingsrecht. Bovendien tellen de periodes in het kader van deze tijdelijke maatregel niet mee voor het maximale aantal toekomstige toekenningen in het overbruggingsrecht.
In geval van verlenging van de maatregel van gedwongen sluiting of in geval van een volledige lock-down is het mogelijk dat deze tijdelijke steunmaatregelen verlengd worden.

Het overbruggingsrecht kan worden aangevraagd  door de ondernemer zelf bij zijn sociaal verzekeringsfonds en dit voor het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de zelfstandige activiteit werd stopgezet. Wij kunnen een Inlichtingenformulier Overbruggingsrecht bezorgen.
De aanvraag mag ook gebeuren door accountants via mail of per post.

! Update 9 april 2020 : Zelfstandigen in bijberoep krijgen 645 euro bovenop Vlaamse premie

Ook zelfstandigen in bijberoep die jaarlijks tussen de 6.996,89 en 13.993,77 euro verdienen en tijdelijk (minstens 7 dagen) sluiten vanwege de coronacrisis, krijgen recht op een gedeeltelijke overbruggingsuitkering (‘half overbruggingsrecht’) van 645 euro per maand (of 807 euro voor zelfstandigen met gezinslast). Dat maakte minister van Zelfstandigen Denis Ducarme  bekend. 

Dit geldt in eerste instantie voor de maanden maart en april 2020, en zal dus ook retroactief toegekend worden. In tegenstelling tot de Vlaamse compensatiepremie maakt het daarbij niet uit hoeveel de zelfstandige in bijberoep werkt en verdient in het hoofdberoep. Om het overbruggingsrecht toe te kennen, kijkt men alleen naar de inkomsten uit het bijberoep en of die voldoende hoog zijn.

Ook gepensioneerden die nog actief zijn als zelfstandige en binnen bovenstaande inkomstencategorie vallen, kunnen zo’n halve uitkering aanvragen . Het gemiddeld pensioen van een zelfstandige blijf laag, gemiddeld 911 euro per maand. Vandaar dat velen nog doorwerken na hun pensioen. Als ze meer dan 7.000 euro per jaar verdienen, zullen ze naast hun pensioen dus ook recht hebben op een gedeeltelijk overbruggingsrecht.
Zelfstandigen in bijberoep die minder verdienen dan die bijna 7.000 euro per jaar, vallen voorlopig wel uit de boot. 

Combineren van uitkeringen:

Wie tijdelijk werkloos is in zijn hoofdberoep en als zelfstandige in bijberoep recht heeft op dit overbruggingsrecht, kan beide uitkeringen combineren - al is het totaalbedrag dat hij mag ontvangen aan federale uitkeringen begrensd tot maximum 1.614 euro per maand. Een werknemer die een uitkering van tijdelijke werkloosheid of een pensioen van 1.100 euro per maand ontvangt, krijgt dus nog 514 euro overbruggingsrecht in plaats van 645 euro. 

De federale uitkeringen staan wel volledig los van de Vlaamse premies. Wie al recht had op de éénmalige (en belastingvrije) Vlaamse compensatiepremie van 1.500 euro, behoudt die en krijgt er dus 645 euro per maand bovenop - tenzij de Vlaamse regering zou beslissen om die maatregel terug te draaien omdat er federale hulp komt. Wie technisch werkloos is in hoofdberoep als werknemer, behoudt ook de (éénmalige) Vlaamse energiepremie van 202 euro.

Aanvraagprocedure voor het ‘half overbruggingsrecht’:

De maatregel van Minister Ducarme kreeg al groen licht van het kernkabinet en wordt binnenkort officieel goedgekeurd op de ministerraad. Zelfstandigen die in aanmerking komen kunnen hun aanvraag nu al doen bij hun sociaal verzekeringsfonds zodat ze snel hun uitkering kunnen ontvangen.

Recht op een uitkering arbeidsongeschiktheid:

Zelfstandigen die minstens 8 dagen arbeidsongeschikt zijn hebben nu recht op een arbeidsongeschiktheids-uitkering (via het ziekenfonds) vanaf de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.  
In dit geval dient zo snel mogelijk aangifte te gebeuren bij het ziekenfonds waarbij men is aangesloten. Aan het ziekenfonds bezorgt men zo snel mogelijk het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid ingevuld door de huisarts.

Maatregelen vanuit de financiële sector (bankenplan)

Op 22 maart 2020 hebben de federale overheid, de Nationale Bank en de banksector een akkoord bekend gemaakt om:

  • de bestaande kredieten aan gezonde bedrijven, kmo’s en zelfstandigen voort te zetten en betalingsuitstel te verlenen tot en met 30 september 2020, zodat de nodige liquiditeit gegarandeerd blijft;
  • bijkomende kredieten mogelijk te maken op een soepele en verantwoorde manier, met overheidswaarborgen ter ondersteuning waar nodig.

Ondertussen heeft Febelfin (koepelfederatie van de financiële sector) op 31 maart 2020 via haar website een ‘Charter betalingsuitstel ondernemingskredieten’ gepubliceerd (naast een ‘Charter betalingsuitstel hypothecair krediet’).  Zie ook https://www.febelfin.be/nl/consumenten/artikel/charter-betalingsuitstel-ondernemingskredieten.

Uitstel van betaling

Uitstel aflossing van kapitaal

Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet in het kader van de coronacrisis houdt in dat de onderneming/organisatie gedurende maximaal 6 maanden geen aflossingen van kapitaal moet doen.  De intresten blijven wel verschuldigd.

Nadat de periode van uitstel is afgelopen, hernemen de betalingen. De looptijd van het krediet wordt verlengd met de periode van het betalingsuitstel. Met andere woorden: de kredietnemer zal maximaal 6 maanden langer zijn/haar krediet terugbetalen dan oorspronkelijk voorzien.

Er worden geen dossier- of administratieve kosten aangerekend voor het opnemen van een betalingsuitstel.

Voor nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden werd samen met de overheid een garantieregeling uitgewerkt.

Wie kan uitstel vragen?

Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet kan worden aangevraagd door niet-financiële ondernemingen, KMO’s, zelfstandigen en non-profitorganisaties die aan elk van de volgende 4 voorwaarden voldoen:

  • De onderneming/ organisatie heeft betalingsproblemen door de coronacrisis: 
    • de omzet of activiteit is gedaald of zal dalen;
    • er wordt volledig of deels beroep gedaan op tijdelijke of volledige werkloosheid;
    • de overheid heeft - in het kader van de indijking van het coronavirus - bevolen tot sluiting van de onderneming.
  • De onderneming/ organisatie is vast gevestigd in België; en
  • De onderneming / organisatie had geen achterstal op haar lopende kredieten of bij de belastingen of sociale zekerheidsbijdragen op 1 februari 2020 of de onderneming had minder dan 30 dagen achterstal op haar lopende kredieten of bij de belastingen of sociale zekerheidsbijdragen op 29 februari 2020; en
  • De onderneming / organisatie heeft bij alle banken aan haar contractuele kredietverplichtingen voldaan gedurende de laatste 12 maanden voorafgaand aan 31 januari 2020 en doorloopt geen actieve kredietherstructurering.

Openbare overheden kunnen geen betalingsuitstel aanvragen.

Voor welke kredieten kan u uitstel vragen?

Een betalingsuitstel kan worden aangevraagd voor één van de volgende ondernemingskredieten:

  • kredieten met een vast aflossingsplan
  • kaskredieten
  • vaste voorschotten

Leasing en factoring maken géén deel uit van het Bankenplan. Een onderneming / organisatie kan uiteraard altijd op bilaterale basis met haar leasing- of factoringmaatschappij contact opnemen om na te gaan op welke manier een oplossing kan worden geboden.

Wanneer uitstel aanvragen?

Aanvragen tot betalingsuitstel die tot en met 30 april 2020 worden gedaan, lopen maximaal 6 maanden tot 31 oktober 2020.

Voor aanvragen die na 30 april 2020 worden gedaan, blijft de einddatum uiterlijk 31 oktober 2020.

Betalingsuitstel kan enkel worden verkregen voor toekomstige aflossingen.

Aanvragen die werden ingediend voor de publicatie van het Febelfin-charter  zullen worden geëvalueerd volgens de criteria van het charter. Indien nodig zal de bank contact opnemen met de kredietnemer.

Garantieregeling voor nieuwe kredieten 

Activering van een garantieregeling door de federale overheid voor alle nieuwe kredieten en kredietlijnen die banken verstrekken aan levensvatbare niet-financiële bedrijven en zelfstandigen. De garantieregeling heeft de volgende kenmerken: 

  • nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden (excl. herfinancieringskredieten) verstrekt voor 30 september 2020;
    niet van toepassing op: herfinancieringskredieten, alle nieuwe moratoria (zoals uitstel van betaling van interesten, kapitaal, …) en niet opgenomen bedragen op bestaande kredietlijnen
  • gedekt kredietbedrag bedraagt maximaal 50 miljoen euro per bedrijf (of groep van verbonden bedrijven). Daarboven is goedkeuring van de overheid per dossier noodzakelijk. Het totale waarborgbedrag bedraagt 50 miljard euro; 
  • Kost van de garantie: 
    • Kmo’s: 0,25%
    • Grote bedrijven: 0,50%
  • Kost van het krediet: maximaal 1,25% (excl. fee).

De lastenverdeling van de verliezen op de kredieten binnen de garantieregeling zal als volgt gebeuren: 

  • eerste 3% verlies op de kredieten: gedragen door de financiële sector; 
  • verliezen tussen 3% en 5%: 50% gedragen door de financiële sector, 50% gedragen door de overheid;
  • verliezen boven 5%: 20% gedragen door de financiële sector, 80% gedragen door de overheid.

De Nationale Bank zal samen met Febelfin een systeem van monitoring opzetten om de garantieregeling evenals de engagementen van de banksector op te volgen (zie ook: https://www.nbb.be/nl/artikels/garantieregeling-voor-particulieren-en-bedrijven-getroffen-door-coronacrisis)

Febelfin roept iedereen die het door de gevolgen van het coronavirus financieel moeilijk heeft – of dreigt te hebben – en die denkt aan de voorwaarden te voldoen om betalingsuitstel te kunnen aanvragen op om zo spoedig mogelijk met zijn bankier in contact te treden teneinde een oplossing te zoeken. Er wordt aangeraden om de bank een week voor de komende vervaldag te contacteren.  De bank zal in principe enkele bewijsstukken opvragen om de aanvraag te kunnen opstarten.

Maatregelen vanuit de verzekeringssector

Ook vanuit de verzekeringssector werden er maatregelen aangekondigd om de coronacrisis het hoofd te bieden.  Hierna volgen de voornaamste maatregelen voor ondernemingen (zie ook: https://www.assuralia.be/nl/947%20verzekeringen-voelen-volop-mee-met-heel-het-land-soepel-omgaan-met-klanten-in-nood-en-blijvend-bescherming-bieden).

  • Personeel blijven beschermen bij tijdelijke werkloosheid: de verzekeraars zullen de waarborgen inzake pensioenen, uitkeringen bij overlijden, invaliditeit en hospitalisatie, die werknemers genieten in het kader van groepsverzekeringen (onder meer de collectieve hospitalisatieverzekeringen) handhaven bij tijdelijke werkloosheid, en werkgevers tot 30 september 2020 uitstel geven om de premies te betalen;
  • Respijt bieden voor de terugbetaling van hypotheekleningen: net zoals in Bankenplan, en overeenkomstig dezelfde voorwaarden, zullen bedrijven (net zoals particulieren en gezinnen) die economische moeilijkheden kennen ingevolge de coronacrisis een opschorting genieten van de terugbetaling van kapitaal en van de betaling van interesten (n.v.d.r.: uitstel van interestbetalingen geldt niet onder het Bankenplan) op hun hypotheekleningen bij verzekeringsondernemingen tot 30 september 2020.  Hetzelfde uitstel geldt trouwens voor schuldsaldo- en brandverzekeringen gekoppeld aan hypothecaire leningen.
  • Ademruimte bieden bij betalingsproblemen: bedrijven (en gezinnen) die ingevolge de coronacrisis betalingsproblemen ondervinden wordt aangeraden om met hun verzekeraar of tussenpersoon contact op te nemen om een geschikte oplossing te vinden voor die moeilijkheden.
  • De onderbreking van economische activiteit verstandig beheren: voor bedrijven bij wie de activiteit stilvalt omwille van de regeringsmaatregelen, zullen meerdere verzekeringen zich automatisch aanpassen aan het stilliggen van de activiteit. Zo vindt inzake arbeidsongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid hoe dan ook een eindafrekening plaats in verhouding tot de mindere loonmassa of omzet.  Wat andere bedrijfsverzekeringen betreft, zullen bedrijven die hun activiteit hebben moeten staken, op aanvraag uitstel genieten om hun verzekeringspremies te betalen die vervallen tussen 30 maart en 30 september2020. Wat de schorsing van verzekeringscontracten betreft, is het aangeraden dat bedrijven contact nemen met hun verzekeraar of tussenpersoon om geschikte oplossingen te vinden, op een manier dat zij gedekt blijven voor de overblijvende risico’s, bijvoorbeeld brand, storm, claims van derden.
  • Het uitstel van betaling uitbreiden tot andere leningen aan bedrijven: voor overige leningen van verzekeraars aan bedrijven geldt hetzelfde respijt als voor hypotheekleningen. Voor nieuwe leningen aan bedrijven verwijzen de verzekeringsondernemingen het betrokken bedrijf naar de banken, zodat dat bedrijf kan genieten van de voordelen van het akkoord dat tussen de overheid en de banken werd overeengekomen.

Maatregelen VLAANDEREN

Vlaamse hinderpremie voor verplichte sluiting 

Update 30/03/2020 : aanvraag Vlaamse Hinderpremie nu mogelijk!

Ter herinnering : De corona hinderpremie en de bijkomende sluitingspremie zijn er voor ondernemingen met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest die getroffen zijn door de verplichte sluitingsmaatregelen

Wanneer aanvragen?

Men heeft tijd tot  uiterlijk 5 mei 2020 om de aanvraag in te dienen. Elke onderneming die in aanmerking komt, zal de premie uitbetaald krijgen.
Sedert vrijdag 27 maart 2020 staat de aanvraaglink open voor iedereen via  www.vlaio.be/coronahinderpremie.

VLAIO behandelt de aanvraag. Dit betekent dat VLAIO alles verifieert en beslist of men de premie krijgt. Deze beslissing wordt gemeld via mail. Hierna zal VLAIO het bedrag op de opgegeven rekening overschrijven. Men probeert de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden (ongeveer twee weken).

Hoe te werk gaan om de betaling van de premie aan te vragen?
 
VLAIO zorgt voor een veilige verbinding met authenticatie. Dit betekent dat de aanvrager zich moet identificeren via zijn/haar elektronische identiteitskaart (e-ID) of via een andere aanmeldsleutel.
Na aanmelding, kan men de aanvraag starten. Men doorloopt 4 schermen.
Wat moet men bij de hand hebben? 

  • e-ID én e-ID pincode (of een andere digitale sleutel
  • Een actief Belgisch rekeningnummer van de onderneming waarop de premie kan betaald worden (in IBAN-formaat, dus bestaande uit 16 tekens beginnend met BE, gevolgd door 2 cijfers en daarna de 12 cijfers van het rekeningnummer)
  • de gewone openingsdagen van de onderneming, zoals dit van toepassing was vóór de coronavirusmaatregelen
  • De rechtsvorm (bijvoorbeeld éénmanszaak, BV, NV, ….)
  • Voor éénmanszaken en zelfstandigen: 
    • weten welk zelfstandigheidsstatuut men heeft : hoofdberoep of bijberoep?
    • In geval van bijberoep:  betaalt men de sociale bijdragen zoals een hoofdberoep?
  • Het website adres (url) van de onderneming als men er een heeft (in http:// en https:// -formaat)

Zie ook : https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/corona-hinderpremie/hoe-vraag-je-de-corona-hinderpremie-aan/registratie-van

Wat houdt de corona hinderpremie in?

Omwille van de coronamaatregelen werden sommige bedrijven verplicht volledig te sluiten. Om hen financieel te ondersteunen, werd de corona hinderpremie in het leven geroepen. De corona hinderpremie bedraagt 4000 euro voor bedrijven die verplicht volledig moeten sluiten door de coronamaatregelen (men mag wel nog take-away mogelijkheden aanbieden of leveren aan huis).
De Vlaamse Regering heeft de corona hinderpremie uitgebreid naar alle ondernemingen en winkels (bv: kledingwinkel, elektrozaak of doe-het-zelf winkel) die volledig moeten sluiten omwille van de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad.

De premie wordt enkel toegekend aan zaken met een fysieke inrichting in Vlaanderen die verplicht geheel moeten sluiten door de federale maatregelen. Bij vrijwillige sluiting wordt de premie dus niet toegekend. In dat geval zijn er wel andere steunmaatregelen waarop men eventueel beroep kan doen zoals bijvoorbeeld het overbruggingsrecht, uitstel/vrijstelling sociale bijdragen,..

De hinderpremie kan gecombineerd kunnen worden met de uitkering overbruggingsrecht. 
Deze maatregelen zijn afgekondigd tot en met 19 april 2020. 

En als ondernemingen daarna hun zaak nog moeten gesloten houden hebben ze recht op een bijkomende vergoeding van 160 euro per dag.
Indien een onderneming met een volledige verplichte sluiting meerdere exploitatie- of uitbatingszetels heeft, wordt het aantal premies beperkt tot maximaal vijf per onderneming. 

Compensatiepremie

Compensatiepremie voor ondernemingen die grote verliezen lijden

De Vlaamse regering wil met een nieuw plan een aantal gevolgen van de coronacrisis opvangen. Op 1 april 2020 besliste ze daarom dat er een compensatiepremie komt voor handelszaken die niet moesten sluiten van de overheid, maar toch hun omzet grondig zien teruglopen. Het moet dan gaan over een verlies van meer dan 60 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Compensatiepremie

Als het bedrijf door de overheid niet verplicht wordt om te sluiten, maar wel een groot omzetverlies kent naar aanleiding van de coronacrisis, dan heeft het recht op deze compensatiepremie.
Het gaat dus over ondernemers in allerlei sectoren zoals in de evenementensector, freelancesector, (para )medische beroepen, dierenpensions, landbouwsector, dienstenleveranciers of gespecialiseerde voedings- en drankenwinkels, zoals een pralinewinkel of wijnhandel. Ook ondernemers die geen kantoor/winkel/salon hebben (en daardoor niet onder de hinderpremie vallen) zullen dus beroep kunnen doen op de compensatiemaatregelen. 

Moet de zaak verplicht gesloten blijven als maatregel van de overheid, dan heeft men recht op de hinderpremie. De hinderpremie kan men NIET combineren met deze compensatiepremie.

Bedrag

  • 3.000 euro, voor zelfstandige in hoofdberoep of voor zelfstandige in bijberoep die door de hoogte van het inkomen sociale bijdragen betaalt als een zelfstandige in hoofdberoep.  
  • 1.500 euro, 
    • voor zelfstandige in bijberoep met een inkomen tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro;
    • voor zelfstandigen in bijberoep die verplicht moeten sluiten.
    • Extra voorwaarde: deze premie geldt niet voor zelfstandigen in bijberoep die dit combineren met een job als werknemer voor 80% of meer.

Voorwaarden

  • omzetverlies is minstens 60% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De referentieperiode is 15 maart 2020 tot en met 30 april 2020. 
  • Starter:  een omzetdaling van 60% ten opzichte van het neergelegde financieel plan. Let op: om als starter beroep te doen op deze premie, moet men gestart zijn uiterlijk op 12 maart 2020. 
  • Voor de ondernemingen in de vorm van een vzw is de compensatiepremie ook mogelijk, op voorwaarde dat er minstens één iemand voltijds tewerkgesteld is.
  • Als er meerdere vestigingen / exploitatiezetels zijn, is er een maximum van 5 premies per onderneming.

Aanvraagprocedure 

  • De compensatiepremie kan u binnenkort aanvragen via een toepassing bij VLAIO. 
  • U zal via een verklaring op eer moeten aantonen dat u een omzetverlies van meer dan 60% heeft geleden. Die verklaring op eer bezorgt u dan aan VLAIO. Daarna gebeurt er via de BTW-aangifte in het tweede kwartaal een controle en zal de overheid nagaan of de aanvraag terecht was:  
    • als bij de BTW-controle van het tweede kwartaal wordt vastgesteld dat er een omzetverlies is van 20%, dan zal de overheid er van uitgaan dat dit omzetverlies heeft plaatsgevonden tijdens de crisisperiode, en moet u als ondernemer het werkelijke omzetverlies niet verder aantonen; 
    • als dat niet het geval is, zal u wel moeten aantonen dat u in de periode 14/3/2020 - 30/4/2020 een omzetdaling hebt gekend van meer dan 60%.

Uitbreiding Waarborgregeling door coronacrisis

Om de economische impact van het coronavirus op te vangen, heeft de Vlaamse regering besloten om tot eind dit jaar de bestaande waarborgregeling bij PMV/z uit te breiden voor de financiering van schulden tot 12 maanden. Daarvoor wordt € 100 miljoen vrijgemaakt. Hierdoor kunnen ondernemingen en zelfstandigen in deze crisisperiode ook voor bestaande niet-bancaire schulden (tot 12 maanden oud) een overbruggingskrediet laten waarborgen door PMV/z.

PMV gaat haar arsenaal aan financiële en andere middelen volop inzetten om het economische leed voor de bedrijven te helpen verzachten. PMV is bovendien in contact met het Europese Investeringsfonds (EIF) om te bekijken of en hoe ze de additionele middelen en garanties die Europa vrijmaakt in het kader van deze crisis kan aanwenden, zonder dat die als staatssteun worden gekwalificeerd. Mogelijk leidt het overleg tot additionele instrumenten om de impact van corona op te vangen. Meer informatie vindt u op de website van PMV.

Zo verleent PMV/z een betalingsuitstel van 3 maanden aan alle klanten die een Startlening, Cofinanciering, of Cofinanciering+ hebben gekregen. Als kredietgever van een Winwinlening kan u, ingevolge de coronacrisis, een uitstel van betaling in kapitaal of interesten verlenen aan de kredietnemer.

Versoepeling termijnen VLAIO-subsidies ten gevolge van corona

Ondernemingen die ten gevolge van de crisis het moeilijk krijgen om de termijnen na te komen die voorzien zijn bij bepaalde subsidies van het VLAIO , kunnen met het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen in overleg gaan over de mogelijkheid van de verlenging van deze termijnen.

Uitstel betaling onroerende voorheffing

Er werd beslist om de aanslagbiljetten voor de onroerende voorheffing voor de bedrijven later uit te sturen om te voorkomen dat bedrijven in liquiditeitsproblemen terecht komen. Dit betekent dat voor ongeveer 1 miljard aan belastingen niet geïnd zullen worden in het voorjaar, maar pas in het najaar van 2020. 

Concreet zullen de aanslagbiljetten onroerende voorheffing voor vennootschappen vanaf september 2020 uitgestuurd worden (in plaats vanaf mei).  Rekening houdend met een normale betaaltermijn van twee maand, betekent dit dat de onroerende voorheffing pas begin november 2020 betaalbaar zal zijn. Eénmanszaken kunnen soepel een afbetalingsplan en eventueel kwijtschelding van nalatigheidsintresten vragen.

Verlenging betaaltermijn voor verkeersbelasting

Belastingplichtige vennootschappen die recent een aanslagbiljet met de normale betaaltermijn van 2 maand hebben ontvangen mogen daar 4 maanden bijtellen, zodat de totale betaaltermijn op 6 maand uitkomt, zonder dat dit aanleiding geeft tot nalatigheidsinteresten.

De aanslagbiljetten die vanaf 26 maart 2020 worden uitgestuurd voorzien onmiddellijk een betaaltermijn van 6 maanden, in plaats van de gebruikelijke 2 maanden.

Eénmanszaken zouden soepel een afbetalingsplan en eventueel een kwijtschelding van nalatigheidsintresten kunnen vragen.

Verlenging van termijn om aan fiscale verplichtingen te voldoen voor registratiebelasting

De Vlaamse Belastingdienst verlengt automatisch de termijn voor registratie van een akte met 2 maanden na het einde van de periode van verstrengde corona-maatregelen. De periode met  verstrengde corona-maatregelen wordt beschouwd als een situatie van overmacht. Gedurende deze tolerantieperiode worden geen belastingverhogingen opgelegd omdat de aanvankelijke termijnen overschreden worden.

Stel bijvoorbeeld dat na het afsluiten van een onderhandse verkoopovereenkomst (compromis), een authentieke akte geregistreerd zou moeten worden op 28 maart 2020. Deze termijn wordt verlengd tot 5 juni (twee maanden na het einde van de periode met verstrengde corona-maatregelen). De indieningstermijn wordt verder automatisch verlengd als de verstrengde maatregelen langer van kracht blijven.

Verder krijgen belastingplichtigen 2 maanden extra tijd na het einde van de periode van verstrengde corona-maatregelen om aan de voorwaarden voor bepaalde gunstregimes te voldoen.  Dit geldt bijvoorbeeld voor de teruggave van het verkooprecht bij wederverkoop van vastgoed binnen de twee jaar: de authentieke verkoopakte moet in principe binnen een termijn van twee jaar verleden worden. Deze termijn wordt verlengd met twee maanden na het einde van de periode van verstrengde corona-maatregelen.

Soepele toekenning van afbetalingsplannen

De Vlaamse Belastingdienst belooft zich soepel op te stellen bij het beoordelen van aanvragen voor afbetalingsplannen, bijvoorbeeld voor:

  • onroerende voorheffing en verkeersbelastingen voor aanslagjaar 2020 voor éénmanszaken;
  • navorderingen registratiebelasting: aangezien het vaak om grote bedragen gaat (bijvoorbeeld als niet tijdig voldaan werd aan de voorwaarde om een gunstregime te behouden), kan een afbetalingsplan gespreid worden over maximaal 48 maanden (in plaats van 24 maanden).  Om de administratieve last te beperken, zullen geen bewijsstukken van financiële moeilijkheden gevraagd worden.

Maatregelen BRUSSELS GEWEST

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft op 19 maart 2020,  beslist om ongeziene economische en sociale maatregelen te nemen om de zwaarst getroffen sectoren te ondersteunen. Zij maakt daarvoor een budget van meer dan 150 miljoen euro vrij:

De éénmalige Hinderpremie van 4.000 euro per bedrijf dat naar aanleiding van de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad verplicht moet sluiten en dat behoort tot een van de volgende sectoren:

Wie kan van de premie genieten ?

  • handelszaken, winkels en inrichtingen die gesloten zijn op grond van artikel 1 van het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020, met inbegrip van de restaurants die maaltijden om mee te nemen aanbieden en de hotels ; en
  • die minder dan 50 voltijds equivalenten tewerkstellen (Noteer: de limiet van 50 VTE is per bedrijf, niet per vestigingseenheid); en
  • die actief zijn in een van de sectoren die zijn opgesomd in de bijlage bij het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 maart 2020, op basis van de NACE btw-codes die op 18 maart 2020 in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ingevoerd (de Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan de bijlage wijzigen in functie van de evoluties in de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken).

Deze ondernemingen kunnen genieten van een premie per actieve vestigingseenheid in het Brussels Gewest, zoals ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, met een maximum van vijf vestigingseenheden.

  • !! Update 24 maart : de federale regering heeft besloten om ook de kapperszaken te sluiten tot 5 april. Dit houdt natuurlijk in dat zij recht hebben op de bovenvermelde eenmalige premie van 4.000 euro. De praktische details voor het verkrijgen van deze premie zullen zo snel mogelijk worden gecommuniceerd. 

Hoe dient u een aanvraag in?

U moet uw aanvraag online indienen – ten laatste tegen 18 mei 2020 - bij Brussel Economie en Werkgelegenheid (BEW), via het formulier dat BEW binnenkort (vanaf begin april) ter beschikking zal stellen op dit adres : www.premiecovid.brussels.
Wenst u verwittigd te worden wanneer het aanvraagformulier beschikbaar zal zijn? Dan kan u zijn mailadres nalaten via deze link: https://www.flexmail.eu/f-cbfe977ac98c039f

  • De termijn voor de betaling van de onroerende voorheffing voor het belastingjaar 2020 wordt verlengd met twee maanden. Op voorstel van de minister van Financiën en Begroting, Sven Gatz, keurde de regering een ontwerpbesluit goed dat voorziet in een dergelijke verlenging met twee maanden.  Ook de betalingsvoorwaarden worden versoepeld.  Deze maatregel is van toepassing op alle Brusselaars. Een bewijs dat de inkomsten verminderd zijn ten gevolge van de coronacrisis is niet nodig.  Zodra het aanslagbiljet verstuurd wordt, krijgen alle Brusselaars dus 4 maanden de tijd om de onroerende voorheffing te betalen.
  • Het Brussels Gewest schort de betaling van de city taks voor het eerste semester van 2020 op.
  • Sterke ondersteuning van de cashflows van getroffen bedrijven door (via het Brussels Waarborgfonds) overheidsgaranties op bankleningen toe te kennen, voor een totaal bedrag van 20 miljoen euro;
  •  Een gedelegeerde opdracht voor finance&invest.brussels, met meer bepaald: 
    • de mogelijkheid om een lening tegen een verlaagde intrestvoet toe te kennen aan de kernleveranciers van de horecasector, zodat zij de horecazaken een betalingstermijn kunnen bieden;
    • horecazaken met meer dan 50 personeelsleden krijgen de mogelijkheid om een lening tegen een verlaagde intrestvoet te bekomen.
  •  Moratorium op de kapitaalaflossing van leningen toegekend door finance&invest.brussels aan bedrijven van de getroffen sectoren;
  •  Versnelde of zelfs vervroegde verwerking, vastlegging en uitbetaling van economische-expansiesteun voor de horeca, de toeristische sector, de evenementensector en de culturele sector;
  • Versterkte begeleiding van bedrijven in moeilijkheden door hub.brussels, in samenwerking met het Centrum voor Ondernemingen in Moeilijkheden (COM), waarvan de financiering is verhoogd met 200.000 euro. 
  • Voor de taxisector: voor 2020 wordt afgezien van de belasting op de exploitatie van taxi’s of van voertuigen met chauffeur. 
  • Voor de sociale economie en voor de dienstencheques: de Regering heeft ook ondersteunende maatregelen genomen voor de sector van de sociale inschakelingseconomie en de dienstenchequesector. De bedrijven van de sociale inschakelingseconomie, die normaal geen aanspraak kunnen maken op economische steunmaatregelen, zullen een beroep kunnen doen op alle maatregelen die genomen zijn om het Brusselse economische weefsel naar aanleiding van de coronacrisis te ondersteunen. 
  • In een geharmoniseerd federaal kader blijft de storting van de gewestelijke tussenkomst behouden, hetzij 14,60€  per uur, al dan niet gepresteerd. Hiermee kan het loon van de huishoudhulpen worden betaald voor zover de ondernemingen niet tot economische werkloosheid zijn overgegaan en wordt de sector ondersteund. Aan deze maatregel wordt 20 miljoen euro besteed. Ze is echter alleen haalbaar als de federale overheid ermee instemt de sociale bijdragen voor deze sector af te schaffen. 
  • Voor de buitenlandse handel: hub.brussels krijgt de opdracht om de gevolgen van het Covid19-virus voor de Brusselse economie en in het bijzonder voor de sterk bedreigde sectoren regelmatig op te volgen. Er wordt nauw samengewerkt met de private actoren. Naar aanleiding van de afgelasting van buitenlandse missies (grote beurzen, missies in risicogebieden) neemt hub.brussels individueel contact op met de bedrijven om hen duidelijke uitleg te verschaffen over de technische details (informatie over de afgelasting, uitleg over de manier waarop hun kosten terugbetaald kunnen worden, enz.). Afhankelijk van de evolutie van de toestand zal hub.brussels alternatieve voorstellen voor de afgelaste missies formuleren. 
  • Voor het Imago van Brussel, Sport en Gelijke Kansen: om de associatieve sector en de evenementen-, toerisme-, cultuur- en sportsector in Brussel te steunen zijn uitzonderlijke maatregelen genomen in de beleidsgebieden Imago van Brussel, Sport en Gelijke Kansen en Sociale Cohesie :
    • Wat de bevordering van het Imago van Brussel betreft, en dan meer bepaald voor de evenementen die volledig of gedeeltelijk zouden plaatsvinden van 1 maart tot en met 30 april 2020: 
      • Voor evenementen die uitgesteld worden naar een later tijdstip in 2020, blijft de toegekende subsidie bestaan zonder dat het subsidiebesluit en het toegekende bedrag gewijzigd worden.
      • Voor afgelaste evenementen geeft de Regering toelating om deze subsidie te gebruiken om de facturen voor de reeds aangegane en niet annuleerbare uitgaven voor het evenement te vereffenen.
    • Wat betreft Sport, Gelijke Kansen en Sociale Cohesie
      • Als voor een afgeschaft evenement kosten zijn aangegaan die niet teruggedraaid kunnen worden, hoeft de organisatie de subsidie niet terug te betalen.
      • Als het evenement wordt uitgesteld naar een latere datum hoeft geen nieuwe aanvraagprocedure voor een subsidie opgestart te worden en wordt de analyse van de verantwoordingstukken versoepeld.
         
  • Opschorting van de LEZ-boetes 
    Ten slotte heeft de Brusselse Regering beslist de boetes in het kader van de Low Emission Zone voor Euronorm 3-voertuigen (oorspronkelijk gepland om boetes uit te sturen vanaf 1 april 2020) en de verzending van de boetes voor oudere voertuigen die sinds 2018 de LEZ-zone niet meer in mogen, tijdelijk op te schorten.  
    Het uitschrijven van boetes wordt uitgesteld tot de eerste dag na de einddatum van de maatregelen die de federale overheid neemt ter bestrijding van de Covid-19 pandemie.  

Deze maatregelen zijn een aanvulling op de maatregelen die op Europees en federaal niveau zijn genomen om de economische crisis het hoofd te bieden die ons land hard treft.

Voor alle vragen over deze economische maatregelen en steun aan de Brusselse bedrijven kan men terecht op het nummer 1819 of op de website www.1819.brussels

Bron: Persbericht van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
 

Maatregelen WALLONIË

COVID-fonds: vergoeding aan bedrijven

Om ondernemingen in moeilijkheden die met de gevolgen van Covid-19 worden geconfronteerd te steunen, is besloten een buitengewoon fonds van 233 miljoen schadeloosstellingen op te richten om één enkele forfaitaire compenserende vergoeding toe te kennen aan ondernemingen die direct en indirect worden getroffen door de besluiten van de Nationale Veiligheidsraad (NVR) en die voldoen aan de definitie van micro- en kleine ondernemingen.

De Waalse regering heeft daarom besloten om :

5 000 EUR per onderneming die volledig is gesloten of die haar activiteiten heeft gestaakt als gevolg van de besluiten van het NV en die deel uitmaakt van de volgende sectoren:

  • 47 van de NACE-BEL-code, met uitzondering van 47.20, 47.62 (krantenwinkels) en 47.73 (apotheken) van de NACE-BEL-code
  • 55 van de NACE-BEL-code
  • 56 van de NACE-BEL-code
  • 79 van de NACE-BEL-code
  • 96 van de NACE-BEL-code

Een compenserende vergoeding van vijfduizend euro wordt ook toegekend aan een bedrijf dat volledig is gesloten of dat zijn activiteiten heeft gestaakt als gevolg van de maatregelen tegen het coronavirus en dat actief is in de volgende sectoren : 

  • touringcars voor ongeregeld vervoer, opgenomen in afdelingen en subklassen 49.390 van de NACE-BEL-code ; 
  • toeristische attracties in de zin van de artikelen 110 en volgende van het Waalse Wetboek voor Toerisme,
  • Kermisactiviteiten die onder afdelingen en subklassen 93.211 van de NACE-BEL-code vallen.

De vergoeding kan slechts één keer per geregistreerde onderneming in de KBO worden toegekend.
De uitvoering van deze maatregel gebeurt via https://indemnitecovid.wallonie.be/#/.

De in aanmerking komende bedrijven hebben 60 dagen na de sluiting van hun activiteit, de tijd om een aanvraag voor compensatie in te dienen.

Deze maatregel is op 14 maart 2020 in werking getreden. De effectieve betalingen kunnen al vanaf medio april 2020 plaatsvinden.
Deze schadeloosstelling geldt voor de vestiging in Wallonië (niet de hoofdzetel).

Water- en elektriciteitsrekeningen

Voor Waalse bedrijven die problemen ondervinden om hun waterfactuur op tijd te betalen, kan de betaling worden gespreid op eenvoudig verzoek aan de Waalse Watermaatschappij (Société wallonne des eaux -SWDE).

Wat de energiesector betreft, zullen door de distributienetbeheerders passende maatregelen worden genomen om elke onderbreking van de levering van elektriciteit of gas te voorkomen. In de betreffende periode mogen geen nieuwe budgetmeters worden geïnstalleerd. Alle onderbrekingsprocedures worden gedurende deze periode opgeschort, behalve om veiligheidsredenen.

Mobilisatie van het Waalse economische instrumentarium

Naast de directe steun is de Waalse regering van plan om alle Waalse financiële krachten te bundelen om de financiering van het bedrijfsleven op peil te houden. De belangrijkste Waalse financiële instrumenten (SRIW, SOGEPA, SOWALFIN, SOFINEX) hebben een reeks maatregelen genomen:

Lopende leningen van de SOWALFIN groep, SOGEPA en SRIW

De vervaldag in hoofdsom en rente per 31 maart 2020 zal niet worden opgeëist. Het aflossingsschema van de hoofdsom wordt automatisch verlengd met eenzelfde periode.

Deze maatregel zal worden uitgevoerd zonder extra rente of kosten voor de onderneming voor alle leningen met een uitstaand bedrag van minder (of gelijk aan) 2,5 miljoen EUR. Voor leningen met een hoger uitstaand bedrag vrijstelling van rente een individueel onderzoek van het dossier in overleg met de betrokken bancaire en financiële partners.

Garanties voor korte-termijn-kredietlijnen en investeringskredieten

Door SOWALFIN - SOFINEX - GELIGAR kunnen aanvullende garanties worden verleend tot :

  • 50 %, op bestaande kortlopende lijnen, die in eerste instantie zonder garantie door banken zijn toegekend, om het mogelijk te maken deze middelen ter beschikking van de betrokken ondernemingen te houden;
  • max. 75%, op de verhogingen van de korte-termijn-lijnen die aan bedrijven zouden worden toegekend om hen door deze crisisperiode heen te helpen.

Voor bedrijven in herstructurering (‘en retournement’) kan SOGEPA alleen al 75% van een maximumbedrag van 2,5 miljoen euro per begunstigde garanderen. De aanvraag moet rechtstreeks bij SOGEPA worden ingediend.

Dringende ondersteuning van de liquiditeitspositie van bedrijven door middel van een lening van EUR 200.000

Om tegemoet te komen aan de dringende liquiditeitsbehoeften van bedrijven, zullen SOGEPA en Wallonie Santé leningen zonder private tegenhanger aanbieden voor een maximumbedrag van 200.000 EUR met een aflossingsvrije periode van 1 jaar en een vaste rentevoet van 2%.

Gevolgen voor bestaande verbintenissen

De interventie van de overheidsinstrumenten zal worden uitgevoerd binnen de financiële middelen die hen ter beschikking worden gesteld, met een maandelijkse herevaluatie.

De ondernemingen in portefeuille van deze overheidsinstrumenten mogen rechtstreeks contact opnemen met de Investment Manager die verantwoordelijk is voor het dossier. Alle anderen kunnen rechtstreeks contact opnemen met de overheid opnemen via “1890.be“ (one-stop-shop) of :

Termijnen en toegeeflijkheid in regionale procedures

In de huidige context van het coronavirus zal een zekere flexibiliteit en toegeeflijkheid worden toegepast ten aanzien van de bestaande verbintenissen tussen bedrijven en het Waalse Gewest in het kader van de gewestelijke procedures (premie-aanvragen, subsidies, enzovoort). Het kan gaan over het bereiken van een doelstelling zoals een aantal arbeidsplaatsen, een uiterste datum of een termijn voor de terugbetaling van de steun, enzovoort.
Indien de impact van het coronavirus op de activiteiten van het bedrijf moet worden aangetoond, zal elke situatie geval per geval worden onderzocht. 

Om bedrijven in moeilijkheden te ondersteunen

De bestaande "Entreprise en Rebond"-regeling kan expertise en advies bieden op juridisch, financieel en economisch vlak aan bedrijven en zelfstandigen die in moeilijkheden verkeren.
Het doel van elke onderneming die zich richt tot ”Entreprise en Rebond” is om haar situatie te stabiliseren en de continuïteit van haar economische activiteit te bevorderen

Vaak is de toestand kritiek. Daarom reageren de Business Advisors van "Entreprise en Rebond” snel en effectief: 

  • Zij voeren een diagnose uit van uw economische, juridische, financiële, boekhoudkundige en fiscale toestand;
  • Ze geven u een eerste advies om de situatie te stabiliseren; 
  • Zij begeleiden u naar de meest geschikte ondersteuning en partner.

De "Entreprise en Rebond"-regeling is in eerste instantie bedoeld voor zelfstandigen en voor heel kleine ondernemingen/kleine- en middelgrote ondernemingen (TPE/PME).

U kunt er beroep op doen, ongeacht de sector waarin u actief bent, zolang :

  • Het hoofdkantoor van de activiteit gevestigd is in Wallonië;
  • Het bestaan van moeilijkheden van economisch-juridische aard (bv. conflicten tussen partners, handelsconflicten, economische vertraging, krimpen van de orderportefeuille, enzovoort) kan aangetoond worden.

Maatregelen met betrekking tot registratierechten en belastingen op automatische speelautomaten

Restitutie van registratierechten

Overeenkomstig artikel 212 van het Wetboek van Registratie, Hypotheek en Griffiekosten kan de koper van een onroerend goed waarop hij registratierechten heeft betaald, deze rechten terugvorderen tot drie vijfde bij de doorverkoop van het onroerend goed, indien deze doorverkoop is vastgelegd in een akte die binnen twee jaar na de datum van de akte van aankoop is verleden.
Door de huidige gezondheidscrisis vreest de regering dat veel burgers niet naar hun notaris kunnen gaan om de vereiste authentieke akte te tekenen, omdat de notariskantoren ook de corona-maatregelen moeten naleven. De termijn van twee jaar voor het verlijden van de authentieke akte van wederverkoop wordt met ingang van 18 maart 2020 opgeschort.
Deze maatregel is van toepassing vanaf 27 maart 2020 voor een periode van 30 dagen, die tweemaal met dezelfde duur kan worden verlengd, indien de regering de noodzaak ervan rechtvaardigt op basis van de omstandigheden op dat ogenblik.

Verlaging van de registratierechten tot 0

Als gevolg van de huidige situatie kunnen veel natuurlijke en rechtspersonen moeilijkheden ondervinden m.b.t. hun hypothecaire lening, met het risico dat de banksector bestaande hypotheekvolmachten omzet om de afgesloten leningen te dekken, om zich te beschermen tegen de mogelijk desastreuze gevolgen van de crisis.
Daarom heeft de regering besloten om bij wijze van uitzondering tijdelijk het registratierecht voor het omzetten van een hypotheekvolmacht die dateert van vóór 27 maart 2020 in een effectieve hypotheek tot 0 % te verlagen. De maatregel geldt alleen voor bestaande hypotheekvolmachten om misbruik te voorkomen.
Deze maatregel is van toepassing vanaf 27 maart 2020 voor een periode van 30 dagen, die tweemaal met dezelfde duur kan worden verlengd, indien de regering de noodzaak ervan rechtvaardigt op basis van de omstandigheden op dat ogenblik..

Belasting op automatische amusementsautomaten

Om de belastingdruk op de horeca te verlagen wordt de belasting op automatische amusementstoestellen verlaagd. Het gaat om de forfaitaire jaarlijkse belasting, zoals bepaald in artikel 76 van het Wetboek van de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen.
Het bedrag van deze belasting wordt op verzoek van de belastingplichtige verlaagd voor het belastbare tijdperk 2020:

  • tot 1/12e per maand of deel van een maand, dat de inrichting, waarin het toestel staat, op grond van een federaal besluit gesloten is; en
  • indien de plaatsing van het toestel reeds gepland was (vanaf 27 maart 2020), maar nog niet heeft plaatsgevonden, tot 1/12e per maand of deel van een maand, vanaf het ogenblik van de oorspronkelijk geplande plaatsing, dat de inrichting op grond van een federaal besluit gesloten is.

Deze kortingen worden toegepast vóór de toepassing van de korting voor toestellen die op een kermis worden geplaatst, of van de korting voor toestellen die na het eerste kwartaal van het jaar worden geplaatst.

Deze maatregel is van toepassing vanaf 27 maart 2020. De regering stelt bij decreet het einde van de toepassingsperiode vast, net het aantal betrokken twaalfden.
Bron: Ordonnantie van 26 maart 2020

Ongetwijfeld hebt u nog vragen over deze problematiek. Contacteer ons zo snel mogelijk via telefoon of e-mail. Lieven Nissens, HR Consultancy Director en Marc De Munter, Tax Partner helpen u graag verder met advies en tips.
Op de websites van de RVA, de FOD Werk, de FOD Economie, de FOD Financiën, 1890.be (Wallonië) en 1819.brussels vindt u regelmatig nieuwe update-berichten.